In het algemeen wordt de samenstelling van het productiepark in België sterk beïnvloed door het nationale en Europese energiebeleid.

  • Productie van het hernieuwbare type is volop in opmars als gevolg van de doelstellingen van de Europese Commissie met betrekking tot het milieu en de vermindering van het energieverbruik tegen 2020. Door hun intermitterende karakter zijn hernieuwbare bronnen minder gemakkelijk voorspelbaar, wat een uitdaging vormt voor het beheer van het elektrische systeem.
  • Heel wat gascentrales zijn stilgelegd, of er heerst onzekerheid over hun toekomst. Eind 2014 werd de sluiting aangekondigd van verschillende traditionele productie-eenheden die samen goed zijn voor een vermogen van 1612 MW. Daarvan blijft wel nog 863 MW beschikbaar, ten minste voor de winter 2015-2016.
  • De investeringen in nieuwe niet-intermitterende productiemiddelen laten op zich wachten. In deze economische context heeft de regering in 2003 uiteenlopende wetgevende initiatieven genomen wat de kerncentrales betreft. Dat heeft voor een verlenging van de levensduur van Doel 1 en Doel 2 gezorgd. Het FANC heeft zopas groen licht gegeven voor de heropstart van de kerncentrales Doel 3 en Tihange 2. Dat zal in elk geval de beschikbare productiecapaciteit tijdens de komende winter aanzienlijk verhogen.

Deze situatie leidt ertoe dat België, vooral in periodes met weinig wind- en zonneproductie, toch nog aangewezen is op de invoer van elektriciteit uit de buurlanden.